Artikel Mariet Ik pik het niet meer hoofdfoto

Ik pik het niet meer

Mijn vader leed aan schizofrenie. In psychoses zag hij dingen die er niet waren en daar betrok hij ons kinderen in. ‘Kijk, daar om de hoek staat iemand, ‘kon hij zeggen terwijl hij uit het raam keek. Tot een jaar of vijf geloofde ik hem; daarna ging ik er voor de liefde voor liefde vrede maar in mee.

Mijn moeder niet. Die ging tegen hem in en daar kon hij niet tegen. Dan ging hij als een dolle het huis door en wachtten wij op zolder bij de buurvrouw totdat mijn moeder ons weer kwam halen.
Als de rust teruggekeerd was, werd er verder niet op teruggekeken. Voor hulp stonden mijn ouder niet open, want alles moest binnenshuis blijven. Wel werd mijn vader regelmatig gedwongen opgenomen in psychiatrische inrichtingen. Ik weet nog wat we er met de trein heen gingen om hem op te zoeken en dat ik daar broodjes met ham en kaas kreeg.
Ondertussen vestigde de angst zich diep in me en zo tegen mijn achttiende kon ik niet meer. Depressief, dat was de diagnose. Ik kon er met niemand over praten en mijn moeder, die nog dichtst bij me stond, begreep met niet. Ik sleepte me nog door een opleiding tot bejaardenverzorgster, was zelfs de enige in de familie die een beetje gestudeerd had. Op mijn werk functioneerde ik goed, omdat het me de afleiding gaf. Maar thuis stortte ik elke avond in en ging ik linea recta naar bed. Ik kon niks uiten en van binnen schreeuwde ik om aandacht.

Toen kwam het moment dat ik zelf opgenomen werd, in 1982. Het regime was daar: geen andere therapie dan medicatie. Je kreeg je pillen en werd gesepareerd als je moeilijk deed. Door de medicijnen werd ik een zombie. Mijn familie zocht me niet op. Mijn zus kwam eens in het jaar op mijn verjaardag, maar dat hield op een gegeven moment ook op, zonder bericht.

Ik kan niet precies verklaren waardoor ik me beter ben gaan voelen. Misschien door de computer en mobiele telefoon die ik heb, waardoor ik meer informatie heb, meer van de wereld zie. Ik ben in ieder geval welbespraakter geworden en ik pik het niet meer. Ik wil mijn vrijheid nu opeisen en niet andere laten bepalen wat er in mijn leven gebeurt.

De artsen hebben me genezen verklaard en binnenkort vertrek ik. Ik ben gelukkig. Nu wel. Ik teken en schilder in een museum in Etten-Leur. Het stemt me positief; je krijge er nog eens een compliment dat je het leuk doet en je telt mee. Mijn familie ga ik niet op bezoek vragen; ze hebben 35 jaar de tijd gehad om bij mij een kopje koffie te komen drinken.


Er is 1 reactie op dit artikel

Toevoegen

Plaats een nieuwe reactie